Kamikaze-koolmezen

Jaren geleden heb ik een vogelhuisje gemozaïekt. Met een huisgodje op de nok ter bescherming van de toekomstige bewoners. Het huisje hangt nu zo’n anderhalf jaar buiten, maar met de verkoop ging het niet zo lekker. Aan de locatie kon het niet liggen: op de goede hoogte, uitzicht op het noorden zodat het binnen niet te warm wordt en met vrije aanvliegroute. We hadden wel wat kijkers, maar ze hapten nog niet toe. Kennelijk was de tijd nog niet rijp. Tot we begin juni een koolmees met een rups naar binnen zagen vliegen. Eindelijk bewoning! Een jong stel met kinderwens.

Jammer dat zo’n huisje geen ramen heeft, want we hadden graag gezien hoe het er daarbinnen aan toe ging. Nu zagen we alleen een koolmees in- en uitvliegen. Naar binnen met een rups, en meteen weer naar buiten. Toen de eieren eenmaal waren uitgekomen, werd het tempo flink opgevoerd. Pa en ma koolmees vlogen af en aan met wat te eten. Op de tak landen, even kijken of het veilig is, huisje in. En meteen weer naar buiten, in volle vaart naar de overkant waar aan de spoordijk veel struiken staan met een eindeloze voorraad groene rupsen. Ongelooflijk, hoe snel zo’n klein vogeltje kan vliegen. Ze vlogen soms zo laag over dat je je hart vasthield als er een auto aankwam.

Na een tijdje kon je de kleintjes horen. Eerst zachtjes, maar allengs werd het gepiep steeds luider. En de ouders maar heen en weer vliegen. De kleintjes reageerden zelfs als we bij de voordeur stonden en met de sleutel rammelden. Wat een kabaal kwam er uit het huisje.

Op een ochtend zagen we beide ouders in de voortuin. Allebei met een rups, roepend, hippend. Ze wilden hun kinders naar buiten lokken, maar die gaven geen sjoege. Uiteindelijk brachten de ouders het ontbijt maar weer op bed.

De volgende ochtend was het opeens stil. Geen piep meer uit het huisje, geen koolmees met rups meer te zien. Ik had echt even last van het ‘empty nest’-syndroom. Dan leef je zo lang zo met ze mee, en dan zeggen ze niet eens gedag. Ik had de kleintjes zo graag gezien. Helaas, daar hadden zij geen boodschap aan. We hoorden ze nog wel kwetteren aan de overkant van de straat, bij de spoordijk. En ze zijn nog een keertje teruggekomen met de familie. Als ik goed geteld heb waren ze met z’n vijven, drie jongen dus. En ook in de achtertuin zagen we opeens koolmeesouders en -kinderen op zoek naar lekkere hapjes in onze sering.

We hoopten stilletjes dat er een tweede nestje zou komen, maar helaas bleef het stil. Als goede huisbaas zijn we nu het pandje aan het renoveren. Even de boel uitmesten en het dakje schilderen. Ik was even bang dat het uitgewoond zou zijn, maar de huurders hebben het keurig achtergelaten. Geen krioelend ongedierte, en ook geen halfvergane lijkjes in de kast. Maar een keurig nestje met paardenhaar.

De kat vond het ook machtig interessant en stak meteen haar kop naar binnen. We zullen de boel extra goed luchten zodat de koolmezen er niets meer van ruiken. Nog wat kieren dichtstoppen en dan kan het weer terug naar zijn plekje aan de muur. Klaar voor een volgend stel met kinderwens.

 

Stop de woningnood onder de mezen

Wil je ook een nestje in de tuin? Koolmezen zijn gek op nestkastjes. Hang er een op op een geschikte plek en de kans is groot dat het bewoond raakt. Waar moet je op letten?

  • Kies er één van hout of houtbeton. Kastjes van metaal worden veel te warm. Het hout moet minstens 1,5 cm dik zijn voor een goede bescherming tegen hitte en kou.
  • De diameter van het vlieggat bepaalt welke vogel er komt nestelen. Koolmezen willen een gat van 3,2 cm, de kleinere pimpelmezen eentje van 2,8 cm.
  • Een landingsstokje onder het gat is niet nodig. Het zit alleen maar in de weg.
  • Zoek een goed plekje voor het nestkastje: 2 tot 3 meter hoog, liefst op het noorden zodat het nest niet teveel in de zon komt. Koolmeeskastjes moeten minstens 10 meter uit elkaar. Een koolmees en een pimpelmees willen wel buurten, als er maar 3 meter tussen hun kastjes zit. Een vrije aanvliegroute wordt zeer gewaardeerd, evenals een struik of boom in de buurt om even te kijken of alles veilig is.
  • Laat wat nestmateriaal in je tuin slingeren: plukjes hoog gras, gedroogd snoeimateriaal, of restjes wol of touw.
  • Heb geduld. Vaak moet het huisje een jaar hangen voordat het bewoond raakt. Als een meesje het huisje geschikt vind, markeert hij het door met zijn snavel rond de opening te pikken. Dat betekent dus niet, zoals wij dachten bij ons andere nestkastje, dat het gat te klein is. Niet gaan uitvijlen, gewoon van afblijven en afwachten.
  • In de winter wordt het kastje soms gebruikt om te overwinteren. Handig voor de koolmees, want ook de insecten op zijn menu voelen zich aangetrokken door het oude nest. Wel even bijvoeren natuurlijk, met vetbollen en pindaslingers

De Vogelbescherming heeft een heel leuk boekje over vogels in de tuin dat je gratis kunt aanvragen op hun site. Daar is ook meer informatie te vinden over nestkasten, inclusief een bouwtekening om zelf een kast te maken.

Ik ben heel benieuwd naar jouw ervaringen met vogels in je tuin. Laat het ons hieronder weten.

Veel plezier! xx Caroline

Getagd , . Bladwijzer de permalink.

Één reactie op Kamikaze-koolmezen

  1. De Stee zeggen:

    Nestkastje moet met de opening naar het kosten en gaat van 32 voor koolmezen en 30mm voor pimple mezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Download duurzaam zonder gedoe vol tips over duurzamer leven en werken