Bezige bijtjes

Iedereen weet wel ongeveer hoe het zit met de bloemetjes en de bijtjes. En anders kon je je op 15 of 16 juli laten bijscholen bij een van de imkers die open dag hielden. Dus fietsten mijn lief en ik op zondagmiddag naar een imker in de buurt, die heel enthousiast wist te vertellen over zijn bijen (en over de bloemen in zijn tuin). Voor ik vergeet wat ik allemaal geleerd heb, deze week een korte uitleg.

Hoe zat het ook al weer

Bijen wonen in een korf en ze hebben een koningin die zich laat verzorgen door allemaal werksters die al het zware werk moeten doen. Zoals van bloem tot bloem vliegen en het stuifmeel van de ene bloem bij de andere afleveren, zodat de plant zich kan voortplanten (en wij in de herfst appels kunnen eten). In ruil krijgt ze dan een beetje nectar, waar ze honing van maakt. En die haalt de imker dan weer uit de korf.

Nou, niet helemaal

Er zijn in Nederland zo’n 350 soorten bijen, waarvan de meeste solitair leven en geen honing maken. Honingbijen leven wel in een volk en maken honing.

Nederlandse honingbijen zijn eigenlijk landbouwdieren. Vliegende koeien, maar dan veel kleiner. En zonder uiers, want bijen zijn geen zoogdieren, ook al kennen ze wel broedzorg. Er zijn verschillende bijenrassen en er wordt zelfs mee gefokt.

De bijen halen nectar uit de bloem, om te eten en om honing van te maken. Ook het stuifmeel gaat als voedsel mee terug naar huis, meestal geen korf maar een kast met houten raampjes waarin de bijen raten bouwen. En in die raten kan van alles worden opgeslagen: honing, stuifmeel, eitjes. Honing voor de brandstof, stuifmeel voor het eiwit en uit de eitjes komen weer nieuwe bijen. Bevruchte eitjes worden werksters en onbevruchte eitjes worden darren, die als ze groot zijn een koningin mogen bevruchten.

Hare majesteit

De koningin laat zich verzorgen. Ze hoeft er niet op uit om voedsel te verzamelen. Maar een luizenleventje kun je haar bestaan nu ook weer niet noemen. De hele dag legt ze eitjes, zo’n 1.500 per dag. In twintig dagen tijd baart ze zo een heel volk van 30.000 bijen bij elkaar.

De mannen

De darren hebben het luizenleventje, hun enige taak is een koningin bevruchten. Op haar bruidsvlucht paart de jonge koningin met zoveel darren dat ze genoeg sperma heeft voor de rest van haar leven. De darren sterven bij de bevruchting. En de rest wordt in de herfst uit de kast gekieperd. ’t Is mooi geweest met die klaplopers.

Live fast, die young

Werksterbijen werken hun hele leven lang, de korte periode als ‘broed’ niet meegerekend. Als vers uit het ei gekropen larfje wordt ze nog zes dagen verzorgd door haar zusjes die wat eerder uit hun cel gekropen zijn, maar na twee weekjes aansluitend verpoppen moet ze zelf aan de slag. Iedere nieuwe taak brengt haar verder van haar geboorteplek. Raten poetsen, larfjes voeren, raten bouwen, raten vullen met stuifmeel en nectar. Steeds een stapje dichter bij de uitgang. Bewaking en bescherming tegen indringers. En dan eindelijk, drie weken oud, mag ze van bloem naar bloem vliegen en nectar en stuifmeel verzamelen. Tenzij ze waterdraagster is. Weer drie weken later sterft ze, helemaal versleten, nog geen zes weken oud. In die tijd heeft ze zo’n 7 gram honing verzameld in 400 vluchten met een totale afstand van ongeveer 800 km.

Onderkomen

De bijen houden hun nest op een constante temperatuur: in de zomer zo’n 35 graden en in de winter zo’n 15 graden. ’s Zomers zorgen de bijen met binnendienst voor ventilatie door met hun vleugels te wapperen. ’s Winters kruipen ze als een bal op elkaar en door van plek te wisselen zorgen ze voor een aangenaam klimaat.

De Imker

In het bijenleven speelt de imker een beetje voor god. Hij (of zij natuurlijk) geeft ze een kast met raampjes kunstraat, hij  zorgt voor een plekje bovenin waar ze hun honing kunnen opslaan. Hij let op hun gezondheid en zorgt ervoor dat de koningin niet aan de zwerf gaat. En hij brengt de bijtjes (met kast en al) naar de bloemetjes. Voor de winter geeft hij suikerwater, wel 14 kg suiker per volk. Dat moet wel, want hij heeft voor die tijd alle honing geoogst. En die kunnen wij dan weer lekker op brood smeren.

En nog veel, veel meer …

De imker wist nog veel meer te vertellen over zijn bijen, over de bloemen die ze het liefst bezoeken en over de honing die ze maken. Zijn vrouw liet ons haar honingcake proeven en we konden honing kopen.
Als je meer wil weten over bijenhouden kun je terecht bij de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV). Ze hebben ook dit filmpje gemaakt: De bij en wij.

 

2012 is het Jaar van de Bij. Meer informatie daarover is te vinden op www.jaarvandebij.nl.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt de bij het beste helpen door zorgen voor voldoende voedsel. Dus veel bloeiende planten in je tuin van vroeg voorjaar tot laat najaar. En geen gif gebruiken, zeker niet in de buurt van bloemen.

Ik hoop dat je mijn korte cursus met plezier hebt gelezen en er wellicht wat wijzer van geworden bent. Een volgende keer meer over de bloemetjes, bijtjes en hommels in mijn tuin.

xx Caroline

Getagd . Bladwijzer de permalink.

2 reacties op Bezige bijtjes

  1. Leuk artikel. Zo half-half wist ik het wel, maar nu is het mij veel duidelijker. Er zijn bepaalde bloeiende tuinplanten die speciaal vlinders, bijen en hommels aantrekken. Naast ons huis zijn door de gemeente in overleg met onze straat deze planten en struiken gezet. Heel prettig voor de solitaire bijen, die hier veel gebruik van maken, en voor ons want er vliegt van alles door onze tuin waar wij van genieten. Voor solitaire bijen zijn er bijenkastjes. Ik ben meteen geïnspireerd om de onze eindelijk eens een plekje te geven.

    • Caroline zeggen:

      Leuk dat de gemeente hier ook mee bezig is. En zoek een zonnig plekje voor je bijenkastje; bijen hebben ’s ochtends wat warmte nodig om op gang te komen. Bijennestjes kun je ook heel makkelijk zelf maken; meer hierover in een van mijn volgende blogs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Download duurzaam zonder gedoe vol tips over duurzamer leven en werken